Snæfellsnes: de mooiste schiereiland van IJsland
Op twee uur rijden van Reykjavik vind je lavavelden, een gletsjer op de oceaan, basaltkolommen en bijna geen toeristen. Een gids voor Snæfellsnes in IJsland.
Inhoudsopgave
Snæfellsnes steekt als een vinger uit in de Atlantische Oceaan, twee uur rijden ten noorden van Reykjavik. Het schiereiland is 90 kilometer lang en bevat meer bezienswaardigheden per kilometer dan bijna elk ander stuk IJsland. Toch slaan veel reizigers het over voor de Gouden Cirkel of de zuidkust. Dat is jammer, want dit is een van de mooiste dagtrips of overnachtingen die IJsland te bieden heeft.
Snæfellsjökull: de gletsjer van Jules Verne
De Snæfellsjökull is de gletsjer die op de top van een slapende vulkaan ligt en uitkijkt over de oceaan. Jules Verne liet zijn personages hier de aarde induiken in Reis naar het middelpunt van de aarde, en als je er eenmaal staat begrijp je waarom hij dit specifieke punt koos. De kegel rijst 1.446 meter op uit zee en is op heldere dagen zelfs zichtbaar vanuit Reykjavik.
Het gletsjergebied valt binnen het Snæfellsjökull Nationaal Park, het enige nationale park van IJsland dat kustlijn omvat. Je kunt er wandelen, met een gids op de gletsjer klimmen of simpelweg langs de rand rijden en de uitzichten opnemen. Een begeleide gletsjerwandeling is de beste manier om veilig op het ijs te komen.
Arnarstapi en Hellnar
Aan de zuidkust van het schiereiland liggen twee kleine vissersdorpjes, Arnarstapi en Hellnar, verbonden door een wandelpad van zo’n 2,5 kilometer langs de kliffen. Het pad loopt langs basaltzuilen, zeegrotten en rotsformaties die de golven in duizenden jaren hebben uitgehouwen.
In Arnarstapi staat een grote steensculptuur van Bárður Snæfellsás, een halfmenselijk, halftrolfiguur uit de IJslandse sage. Naast de symboliek is het ook een goed foto-startpunt voor het klippenpad.
In Hellnar is een klein café dat in de zomermaanden open is. Koffie met uitzicht op de zee, dat is het.
Djúpalónssandur: het zwarte lavastrand
Djúpalónssandur is een zwart strand aan de westkant van het schiereiland, bereikbaar via een korte wandeling door een lavaveld. Het strand heeft een bijzondere eigenschap: er liggen vier stenen van verschillende gewichten, vroeger gebruikt om de kracht van aspirant-vissers te testen. De namen van de stenen zijn vertaald als Voldoende Sterk, Halfsterk, Useless en Zwak. Niemand mocht mee als hij de zwaarste steen (154 kg) niet van de grond kon tillen.
Op het strand liggen ook roestende resten van een Brits vrachtschip dat in 1948 schipbreuk leed. De stukken metaal blijven er bewust liggen als herdenking.
Kirkjufell: de meest gefotografeerde berg
Kirkjufell is de kegelvormige berg die je herkent als je ooit een foto van IJsland hebt gezien. Hij staat aan de noordkust, bij het plaatsje Grundarfjörður, en is bijna perfect symmetrisch. Naast de berg loopt een kleine waterval, Kirkjufellsfoss.
De berg is 463 meter hoog en te beklimmen via een steile, gemarkeerde route. Reken op een uur omhoog en iets minder terug. Geen technische klim, maar wel steil en winderig. Verplicht goede schoenen.
Als je niet wilt klimmen, is het uitzicht op de berg vanuit de parkeerplaats al de moeite waard. Fotografen staan er bij dageraad en zonsondergang.
Lóndrangar: lavakliffen aan zee
Lóndrangar zijn twee basaltpilaren die zo’n 75 meter omhoog steken uit de kustlijn. Ze zijn de restanten van een vulkaan waarvan de zachte kern door de golven is uitgeërodeerd. Er is een korte wandeling langs de kliffen met zicht op beide pilaren en op zeevogels die er in de zomermaanden nestelen.
Ólafsvík en Grundarfjörður
De twee grootste plaatsjes aan de noordkust zijn Ólafsvík en Grundarfjörður. Beide hebben een supermarkt, een tankstation en een handvol restaurants. Als je overnacht op het schiereiland, zijn dit de logische bases. Reken op weinig luxe maar rustige, authentieke omgevingen.
Accommodaties op Snæfellsnes zijn schaars en zeker in de zomer snel volgeboekt. Boek vroeg.
Dagtrip vanuit Reykjavik of overnachten
Snæfellsnes is technisch een dagtrip vanuit Reykjavik, maar dan heb je weinig tijd voor de afzonderlijke plekken. De rijafstand is zo’n 200 kilometer voor een volledige rondrit langs het schiereiland. Met twee uur heen, een dag rijden en twee uur terug ben je al snel in tijdnood.
Twee dagen is comfortabeler. Je overnacht in of bij Grundarfjörður, ziet ‘s avonds en ‘s ochtends het rustigste licht op de berg en hebt genoeg tijd voor wandelingen.
Huur een auto voor de trip. Openbaar vervoer is minimaal op het schiereiland.
Wanneer ga je
Juni tot augustus is het beste seizoen. De wegen zijn open, de weersomstandigheden voorspelbaarder en in de late zomeravonden heb je de middernachtzon als bonus. In september en oktober is het stiller en kan het weer snel omslaan, maar de kleuren zijn dan mooi.
In de winter zijn sommige wegen op het schiereiland (F-wegen en bergpaden) afgesloten. De gletsjer zelf is dan ook moeilijk bereikbaar zonder geleide tocht.
Lees ook: De Westfjorden van IJsland: het meest afgelegen hoekje van Europa